Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Belastingdienst legt schipper het vuur aan de schenen

Groningen

Een Nederlandse schipper die werkt via een bedrijf in Liechtenstein heeft van de rechter in Groningen gelijk gekregen in een zaak om nabetaling van inkomstenbelasting. De man was in beroep gegaan tegen een belastingaanslag die hem over 2015 was opgelegd.

  • Vaartijdenboek speelt rol in zaak om belastingaanslag
  • 21,87% van de tijd op Nederlandse wateren

Door Bart Oosterveld
De Belastingdienst oordeelde namelijk dat hij voor een deel van dat jaar belastingplichtig was in Nederland, ook al had hij een contract in Liechtenstein. Om hun gelijk te bewijzen plozen de belastinginspecteurs onder meer het vaartijdenboek uit. De schipper kroop door het oog van de naald, maar de rechter vond uiteindelijk dat de Belastingdienst de aanslag onterecht had opgelegd.
 
De man woonde in Nederland en voer voornamelijk op de Rijn. Hij werkte al zeker sinds 2013 onder Liechtensteinse voorwaarden. Daarvoor had hij van de Liechtensteinse autoriteiten een zogenoemde A1-verklaring gekregen. Uit zo'n verklaring blijkt dat het Liechtensteinse sociale verzekeringsrecht voor de werknemer van toepassing is, waardoor hij in Nederland geen belasting en premies hoeft af te dragen. De A1-verklaring liep af op 31 juli 2015 en kennelijk had de schipper niet om vernieuwing gevraagd, of die niet gekregen. Hij bleef het hele jaar wel via Liechtenstein werken.

Schrikken
In oktober 2017 moet het schrikken zijn geweest, want toen viel er bij de man een blauwe envelop op de mat. Daarin een definitieve aanslag over een belastbaar inkomen in 2015 van ruim 32.500 euro en daarnaast nog eens een premieheffing over bijna 10.000 euro. Omdat de Liechtensteinse A1-verklaring in de tweede helft van 2015 niet meer geldig was oordeelde de Belastingdienst dat hij over die periode in Nederland belastingplichtig was.
 
Het geschil bij de rechter spitste zich toe op de vraag hoeveel de schipper in die tijd in Nederland had gevaren. Want hij woonde hier en viel daarom in principe onder het Nederlandse belastingrecht. Alleen als zou blijken dat hij de tweede helft van 2015 vooral in het buitenland had gevaren, kon hij onder de aanslag uitkomen.
 
De belastinginspecteurs plozen daarvoor het vaartijdenboek uit. Ze vonden uit dat de schipper 21,87% van de tijd op Nederlandse wateren had gevaren. Dat valt echter onder de grens van 25% die volgens een eerdere rechterlijke uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in principe als criterium geldt voor werken in het eigen land. Dus zou de schipper zich met goede gronden op zijn Liechtensteinse contract kunnen beroepen.

Bandbreedte
Maar de race was daarmee nog niet helemaal gelopen. Want in de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep stond ook dat de Belastingdienst een bandbreedte van 5% mocht aanhouden bij de beoordeling. Dat zou betekenen dat hij bij meer dan 20% vaartijd in Nederland al afdracht aan de Nederlandse fiscus verschuldigd was. De 21,87% die de belastinginspecteurs hadden berekend zou dan net teveel zijn. Gelukkig voor de schipper oordeelde de rechtbank dat de Belastingdienst niet genoeg had onderbouwd dat er reden was om af te wijken van de 25%-regel. Dus won de schipper de zaak van de Belastingdienst. Maar het was wel een dubbeltje op zijn kant.

Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook