Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Schippersz (37): De hiërarchie

Oss

Damco kende twee soorten kapiteins: zij die toezien en zij die meewerken. Bart Groenhof was van het meewerkende soort, totdat hij het welletjes vond en genoegen nam met toezien. Piet hield niet alleen van zijn werk: stuurman zijn bij Damco, hij hield ook van werken. Een toekijkende Ouwe was hem liever dan een meewerkende.

Door Karel Kersten
Piet hield van verven, van het aflakken vooral, nadat Huib menie en grondverf erop had gesmeerd, nadat ik de roest had verwijderd. En als het dan klaar was, de roeiboot zwart glimmend met een strak wit randje bijvoorbeeld, dan riep Piet de Ouwe erbij om zijn werk te bewonderen. Lak zie je, verdwenen roest, menie en grondverf niet. Ook het schoonschipmaken verliep strikt hiërarchisch. Daar deed de Ouwe niet aan mee.
 
Vrouw Greet wilde het gangboord achterop nog weleens dweilen, want het was inderdaad een zéér schoon schip, die 229. Ik maakte het sop voor de roef en de stuurhut, Huib zwabberde luiken en dekken en  boende  de den en de bulp met de luiwagen, en Piet hanteerde de spuitslang, vakbekwaam in die zin dat hij altijd buiten bereik van de straal bleef, en wij niet.
 
Het priegelwerk werd aan de scheepsjongen overgelaten. Ankerlieren voorop en achter, de strangenlieren, die waren voor mij, en mijn bokkepoot. Klerewerk, viel weinig eer aan te behalen, en ik mocht niet eens zelf afspuiten: dat deed Piet de stuurman. O ja, de ramen van de stuurhut zemen, dat mocht ik ook. Gebeurde dat onder het varen, dan keek ik alsmaar in dat grijnzende smoelwerk van de Ouwe, die me wees waar nog een veeg sop was achtergebleven.

Blinkend
En als we waren uitgeboend, het materiaal weer was opgeborgen (Piet persoonlijk nam de verantwoordelijkheid voor de slang op zich) en de stuurman en motordrijver alvast een shaggie rolden en aan de koffie gingen, dan was daar het moment van het Schmelzertje. Aangemoedigd vanuit de stuurhut ging hij de bel te lijf, die grote koperen Damco-bel. Of die blonk? Bart had zijn Greet, Piet de lakkwast en de spuitslang, Huib had de machinekamer, ik de bel. En zoals de mijne blonk, blonk er bij heel Damco geen ander, zeiden ze prijzend als ik aan mijn shaggie toe was. Waarbij ik mij realiseerde dat de weg naar de top bij Damco helemaal onderaan begint, ook voor Schippersz, voorheen de kapitein van de Nova Cura.
 
Huib was van een ander kaliber. Piet, die kwam er wel, dat wist je. Huib die was er al, dat zag je. Huib was de oudste aan boord. En de wijste in die zin dat er heel wat moest gebeuren wilde hij zich druk maken. Piet woonde voorop, op stand, zoals het de stuurman betaamt. Riante roef, geschikt voor een gezinnetje, maar daar was Piet niet mee bezig. Eerst kapitein worden; de kapitein.
 
Huib en ik deelden het middenherft. Aan weerszijden van de woonkamer lagen onze vertrekken, waarin een bed, een stoel ernaast, wat kastruimte. Geen daglicht, en als je aan tafel wilde zitten, had je de woonkamer, met daglicht weliswaar, maar te weinig om bij te lezen of te schrijven. Drie stoelen, keukenkastjes, een gootsteen, een waterkraan en een driepits gascomfort, waarop ik de kunsten vertoonde die ik me nog eigen moest maken.

Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook