Schuttevaer

Zoet, Zout & Zakelijk
Schuttevaer Premium

Jonge schipper dient zich aan voor Vrouwe Tjitsche

Winsum

Schipper Huite Tuininga uit Bolsward liet in 1901 bij scheepswerf Croles in Sneek een paviljoentjalk bouwen. Direct als motor-zeilschip met schroefraam en gepiekte kont én als beurtschip met brede gangboorden en stalen luikenkap, ook geschikt voor deklading.

1 / 2
Riemer Halbertsma en vriendin Lieke zijn trots op hun schip, waar ze de komende jaren nog talloze uren in zullen stoppen. (Foto Hajo Olij)

Riemer Halbertsma en vriendin Lieke zijn trots op hun schip, waar ze de komende jaren nog talloze uren in zullen stoppen. (Foto Hajo Olij)

  • ‘Alles zo authentiek mogelijk, boven water wil ik alles klinken’
  • Tjalkje werd afgeragd in vletwerk Rotterdam

Door Hajo Olij
Al in 1903 nam Jurjen Koch de tjalk en de bijbehorende beurtdienst Bolsward-Amsterdam over. Er stond een petroleum hulpmotor van 25 pk in, maar ook nog het zeiltuig, want op de Zuiderzee werd gezeild. Tot de Tweede Wereldoorlog liep het lekker. Er kwam zelfs een motorschip bij. Zoon Nolle van de laatste beurtschipper van de Vrouw Tsjitsche, Catrinus Eekhof, schreef een uitgebreid boek over deze beurtdienst met veel familie-informatie, maar voor ons interessanter, gedetailleerde informatie over hoe zo’n beurtvaartbedrijf in elkaar zat. In de Kerstbijlage van 2017 werd hier in Schuttevaer uitgebreid over geschreven.
 
Vanaf 1930 neemt de vrachtauto het werk van de beurtdiensten over. Ook in Friesland werden de wegen beter. In 1950 werd de beurtdienst Koch & Eekhof ontbonden, de laatste schipper, Catrinus Eekhof, kocht de Vrouwe Tjitsche en bleef nog tot 1957 op Amsterdam varen.

Salonroef
De tjalk werd verkocht naar Rotterdam. Er kwam een stuurhut met salonroef op. Het mastdek ging eruit, de gangboorden werden versmald, de den verhoogd en doorgetrokken. Het tonnage ging van 99 naar 104 ton. In de machinekamer werd een Lister JP4 van 40 pk geplaatst. Er werd steeds meer vletwerk aangenomen, de tjalk werd afgeragd en liep de nodige deuken en butsen op. Ze is  zelfs een keer in de monding van de Waalhaven gezonken. Daarbij kwamen de papegaai en de scheepshond om het leven.
 
‘In 1983 heb ik de tjalk gekocht’, vertelde Koos de Jong kort voor zijn dood in 2017. ‘Ze lag als woonschip in Rotterdam. Achter had het dak op het paviljoen lange ruiten, dus dat moest oud zijn. Zo ontdekte ik steeds meer. We hebben veel gedaan, de den verlagen, brede gangboorden en een nieuw voordek gelegd, noem maar op. Op de werf Draaisma in Franeker viel ze van de karren, er moest een nieuw vlak onder. Uit eigen zak heb ik  gelijk ook de kimmen laten vernieuwen.’
‘De Vrouwe Tjitsche zeilt prima. Het schip ziet er niet uit, maar vergis je niet, het ijzer is goed, de zeilen, alles is er nog.’ 

Varende familie
‘Ik vind tjalken geweldige schepen. Ik kende de Vrouw Tjitsche en Koos de Jong al’, begint Riemer Halbertsma, 22 jaar, te vertellen. ‘In de familie hebben we het tjalkje Vier Gebroeders, in 1893 gebouwd bij scheepswerf Barkmeijer in Sneek. Al vaak deden we mee aan de Strontrace. Bij veel wind kunnen we de skûtsjes best goed bijhouden. Verder zeil ik als maat op de dektjalk Bruinvisch van Cees Dekker en bij wedstrijden stap ik regelmatig aan boord van de klipper Willem Jacob. Dus ervaring heb ik wel.
 
‘Het is gelukt om eind 2017 de Vrouw Tjitsche te kopen. Ik had flink gespaard en vrienden wilden graag de rustige ligplaats in Schaphalsterzijl bij Winsum overnemen. In het dok toch een tegenvaller. Het bleek nodig twee meter plaat in de zij voor- en achter te vernieuwen. Niet dubbelen, maar vervangen. Ik ben streng, alles zo authentiek mogelijk: onder de waterlijn mag worden gelast, maar boven water wil ik alles klinken. Nu zitten er eerst voorlopig bouten in. Zelfs de ronde ijzeren luiken van de Vrouw Tjitsche uit de beurtvaarttijd, wil ik weer terug restaureren en klinken. Ik moet nog een jaar Maritieme Techniek in Leeuwarden studeren, maar ik neem nu eerst een halfjaar vrij om aan het schip te werken.’

Spindelolie
‘De CVO-keuring viel mee, een kapje over een poelie en een AIS-apparaat kopen. Dat blijkt trouwens wel een stroomvreter. Als er niet  veel aan boord is, kan er ook niet veel worden gekeurd. Geen gas bijvoorbeeld, dat heb ik niet. De tjalk ligt nu in de Zweedse haven in Groningen, waar ik de ruimte heb om eraan te werken.
‘Samen met mijn vader en vriendin Lieke hebben we al delen van het vlak schoongekrabd en in de spindelolie gezet. Ook het paviljoen is kaal en het ijzer gebikt en ingesmeerd. Daar kan nu een woninkje getimmerd worden. Geen pur als isolatie, ik wil overal bij kunnen.
 
'Ouderwetse schrootjes met daarachter hout of hennepvezel-isolatie, mijn vader handelde in deze milieuvriendelijke bouwmaterialen. In het ruim komt later het echte woongedeelte. Met Lieke wil ik de tjalk kunnen varen en zeilen. We gaan eerst oefenen op de motor, naar de tjalkendag in Bolsward. Aan de Stoombootkade, haar oude vertrekplaats, ligt ze daar dan te kijk.’

Paviljoentjalk Vrouw Tjitsche
1901, werf Croles te Sneek
22,12 x 4,67 meter
Lister JP4, 40 pk

 
Gebruikte Bronnen:
www.skûtsjehistorie.nl
Beurtvaartdienstbedrijf Koch & Eekhof 1822-1971 door Nolle Eekhof (ISBN 90-77863-03-6)








Reacties

Om te reageren op dit bericht moet u ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen. Indien u nog geen account heeft kunt u zich hier registreren om te kunnen reageren op Schuttevaer.nl. Uw reacties worden altijd ondertekend met uw volledige persoonsnaam.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Lees ook

Schuttevaer als krant, app en E-paper

Schuttevaer is de krant voor maritiem Nederland.

Abonnees met een Online- of Totaalabonnement, die Schuttevaer willen lezen voordat die vrijdag in de bus valt, kunnen de krant wekelijks al op dinsdagavond 22:30 uur lezen als e-Paper.

Wilt u meer informatie over abonneren, adverteren, lezersservice of losse verkoop? Klik dan op het betreffende onderwerp.